Het kwam weer eens in
de Volkskrant: het tekort van mannelijke docenten in het basisonderwijs (7 mei). Het CNV onderwijs, de vakbond voor diegenen die in het onderwijs werken, kwam met drie voorstellen om de 'Hij-instroom' in het onderwijs te bevorderen. Het is waar: vrouwen zijn oververtegenwoordigd in het onderwijs: zowel als
docent als wel als
leerling of student.
Onderwijsinstanties, politiek en media luidde de noodklok: jongens missen rolmodellen voor de klas! Dat jongens achterlopen op meisjes in het onderwijs werd gewijd aan de inhoud van het onderwijs, dat te 'talig' zou zijn voor jongens, maar ook aan de onderwijsmethode van vrouwelijke docenten, die jongens niet lekker laten ravotten in de klas. Zo worden vrouwelijke leraressen stereotiep neergezet, als passief en zachtaardig, die geen idee hebben van de belevingswereld van jongens.
In de eerste instantie ergerde ik me dood aan deze discussie. Vooral stoorde ik me aan het woord 'feminisering' van het onderwijs. Bah, wat heb ik een hekel aan dat concept. Feminisering van het onderwijs, feminisering van de samenleving. Oh nee, de vrouwen nemen over! Het feit dat in andere sectoren mannen oververtegenwoordigd, zoals bijvoorbeeld in
lokale en landelijke politiek, zijn wordt maar even terzijde geschoven. Maar deze masculinisering is geen probleem?
Ik vind dit nog steeds, maar ik ben ook feminist, en wel eentje die representatie en rolmodellen hoog in het vaandel houdt. Net zoals meisjes een rolmodel nodig hebben, bijvoorbeeld van vrouwen in leidinggevende of traditioneel "mannelijke" functies, hebben jongens dat natuurlijk ook nodig.